Om met de deur in huis te vallen: we hebben gewonnen!
Wat heeft dat nou met tuigage te maken? Nou, niets en een heleboel.
Eerst even uitleggen: ik vaar wedstrijden op de X332 'Yellow Rose' en we deden dit jaar voor de 4e maal aan de Cowes Week mee. Na een maal derde en 2 maal 2e hebben we nu eindelijk alle Engelsen in de X332 eenheidsklasse op hun thuiswater verslagen en zijn als beste Nederlandse team 7e overall geworden. Leuk detail: we voeren in een van de oudste schepen en hadden geen nieuwe zeilen laten maken voor dit seizoen. Het draait dus niet allemaal om spullen.
Dit soort resultaten hangt natuurlijk van een heleboel factoren af. De Solent is tactisch gezien een zeer moeilijk vaarwater met veel banken, grote scheepvaart en rare windshifts. Dus, petje af voor eigenaar/tacticus Marten-Jan.
Daarnaast is in een eenheidsklasse de boathandling van groot belang. Na een slechtere start konden we ons eigenlijk bij ieder boeironding naar voren varen door de vele uren training afgelopen winter en voorjaar. Ook geeft een goede boathandling vertrouwen genoeg om alle directe confrontaties met concurrenten aan te gaan. Maar, zonder bootsnelheid ben je nergens! Dus mag ik onze stuurman, genuatrimmers en mezelf (grootzeiltrim) stiekem toch wel feliciteren.
Hoe komt het nou dat in een eenheidsklasse toch iedere keer dezelfde boten iets meer snelheid of hoogte varen dan de rest?
Zijn het de zeilen?
Wij varen met Hagoort zeilen, weliswaar allemaal Kevlar en redelijk recent (maximaal 3 jaar oud), maar we voeren tegen meerdere boten met veel duurder North Sails 3DL Kevlar, UK Tape-Drive en Quantum. Meeste sets waren niet ouder dan 1 seizoen. Toch konden we qua snelheid ons met iedere andere boot meten, en waren sneller dan de meesten.
Is het het gewicht van de boot?
Als enige team slapen wij altijd aan boord (de meeste teams hebben een huisje of hotel voor de week) en hebben dus, ondanks de grondige boat-striptease iedere ochtend, altijd meer mee dan de concurrentie (al is het maar de volle gasfles voor de koffie!). Ook varen we in een boot uit 1997, deze is ongeveer 200 kilo zwaarder dan de boten uit 2004. En dat is zonder het gewicht mee te rekenen van het vocht dat in de loop van tijd in het laminaat is gedrongen, al snel ook 50 kilo.
Is het dan het bemanningsgewicht?
Toegegeven, zelf ben ik wat aan de zware kant, maar voor de rest zitten we met onze 7 mannen en 1 vrouw aan de lichte kant voor Engelse begrippen, toch komen we met zwaarder weer ook prima mee. Vorig jaar voeren we de Cork Week in Ierland zelfs met 7 man, terwijl de rest van de vloot gemiddeld met 9 aan boord voer. En, raad eens? Jawel, ook gewonnen!
En het onderwaterschip dan?
Dat is iets waar we inderdaad veel aandacht aan besteden, misschien wel meer dan de concurrentie. Iedere winter wordt het onderwaterschip volledig gladgeschuurd met korrel 1200, vervolgens in een (volgens mij zwaar verboden) zelfslijpende antifouling gezet en gedurende het seizoen voor en tijdens iedere wedstrijdserie ontdaan van alles wat maar op een slijmlaag kan lijken. Dit jaar is de boot voor de trip naar Engeland nog een paar dagen op de kant gezet om de volledige romp te polijsten en de antifouling met speciale schuurpads na te schuren. Ook de schroef is gepolijst en de saildrive voorzien van iets dat op een NACA profiel lijkt, dus voorbereid waren we wel.
Het toverwoord: SCHAKELEN!
Iedere winddraaiing, iedere knoop wind meer of minder, iedere koerswijziging en iedere verandering in golfpatroon, alles heeft invloed op je performance. Dus, bij iedere verandering moet ook de trim worden aangepast.
Aan boord hebben we wat dat betreft een strakke rolverdeling. Aan de wind (dus 2/3 van de wedstrijd) zijn de stuurman en ik constant met snelheid en hoogte bezig. Binnen de normale bandbreedte van veranderingen in omstandigheden proberen wij de ideale lijn te houden. Iets meer druk is iets hoger varen, iets minder snelheid betekent iets afvallen en druk opbouwen. Varieert de bootsnelheid te sterk of varieert de wind meer dan 2 knopen, dan overleg ik met de genuatrimmer over de stand van de genua. Bij twijfel kijkt hij aan lijzijde of zijn trim overeenkomt met die van mij (dit gebeurt meerdere malen per kruisrak). Hierbij bedient hij zowel genuaschoot, genuaval als genuaslede en kan de vorm dus driedimensionaal aanpassen. Zelf heb ik beschikking over grootschoot (en fine-tune), overloop, achterstag, cunningham en onderlijkstrekker. Hiermee is in bijna ieder grootzeil nog een enigszins goede vorm te krijgen.
De truc is om constant te trimmen en toch rust in de boot te houden. Dit is een lastig gebied en vooral bij stressvolle situaties is het moeilijk de ideale lijn te vinden. De boot heeft tijd nodig om op een verandering te reageren, de kunst is dus om geduld genoeg te hebben om te zien wat er gebeurt en om, als de resultaten niet voldoende zijn, meteen door te schakelen. In boot tegen boot situaties hebben wij altijd het idee dat de tegenstander harder of hoger loopt, toch varen we over het algemeen aan het eind van het rak voorop. Grote rol hierbij speelt het constant houden van de snelheid.
Ruime koersen
Mijn rol als grootzeiltrimmer is aan de wind het grootst. Boathandling bij mij bestaat over het algemeen uit niet in de weg lopen, de giek op tijd gijpen en kijken hoe goed pit, mast en voordek hun werk doen. Ook ruime wind is mijn taak beperkt tot het ontspannen van voor-en onderlijk, het overeind trimmen van de mast en in surfcondities lekker pompen met de grootschoot.
Nu komt het op de spi-trimmers aan! Zoals iedere wedstrijdboot hebben we hierbij een behoorlijk leerproces achter de rug. We begonnen met een trimmer, de loefschoot werd vast gezet en de trimmer bediende de lijschoot netjes vanuit het gangboord aan loefzijde. Gelukkig hebben we een overvloed aan fanatieke trimmers aan boord, dit heeft geresulteerd in een zeer actieve spi-trim. Behalve de lijschoot worden ook loefschoot, ophouder en neerhouder constant bediend. De loeftrimmer en lijtrimmer overleggen constant over invalshoek en druk, vlagen en shifts worden door beiden opgevangen. De lijtrimmer geeft constant informatie over druk aan de stuurman en stuurt dus eigenlijk de boot. Ook de voordekker werkt mee: hij bestudeert het water en kijkt waar de windbanen zitten. Tijd voor koffie op het spirak? No Way!
Zo, tot zover mijn lofzang over "mijn" bootje. Maar tegen de tijd dat u dit leest zullen we als team het laatste evenement op de X332 gevaren hebben, namelijk het NK zeezeilen in Ijmuiden. De boot wordt na 8 seizoenen verkocht en er komt een gloednieuwe X35 voor in de plaats. Hopelijk hebben we tijdens het NK in stijl afscheid kunnen nemen van dit hele leuke gele bootje!
Volgende keer geen wedstrijdzeilen, ik zal proberen me bij het seizoen aan te sluiten en wat praktische tips voor de winter geven. Kunt u niet wachten? Bel of mail voor een afspraak of een tuigage inspectie.
Vester KnibbeTUNED Rigs & Ropes
06 143 44 111
info@tunedrigs.com
Zie ook de Yellow Rose promo!

