Januari 2005, clubblad WSV 'Almere' te Enkhuizen
Februari 2005, clubblad WSV Lelystad

..eigenlijk wil iedereen hard varen!

Vaak gehoord, ook dit jaar weer: "Zie je die boot? Die kunnen we hebben! Geen wonder als je zo zeilt!" En op die andere boot: "Nee, wij hoeven niet zo hard, da's maar overdreven allemaal. 't Is vakantie hoor!"

Hoeft u niet zo snel? Ligt het aan uw schip en kunt u niet zo snel? Of wilt u juist nog veel sneller? Deze keer een paar tips voor 'gratis' snelheid?

Het onderwaterschip

Schip op de bok? Dit is de kans! Misschien wel het meest vervelende karwei van de hele winter, maar oh, wat maakt een beetje aandacht veel uit! Dus, schuren maar?

Als u het echt goed wilt doen eerst alle oude anti-fouling eraf, dan plamuren en glad schuren met korrel 400, de primer indien nodig herstellen en de nieuwe anti-fouling met lakrollertjes aanbrengen (deze vergaan wel zeer snel, maar geven verreweg het gladste resultaat).

De wedstrijdzeilers onder u zullen tussen de lagen met korrel 600 of fijner willen schuren, hierdoor voorkomt u een sinaasappel effect. (Ik weet 't, dit is een vreselijk werkje, waar ik als bemanning ook weer ieder jaar voor gestrikt word!)

Vergeet niet de kiel en het roer extra aandacht te geven, met name de achterzijde. Door een vloeiende lijn wordt de uitstroom van het water langs de profielen sterk bevorderd, en voorkomt u onnodige wervelingen.

De tuigage

Nu komen we weer in mijn vakgebied. Basisregel voor een snel zeilend schip is dat de krachten, door de wind gegenereerd, met zo min mogelijk verlies worden omgezet in snelheid. Vijand nummer 1 hierbij is rek. Nu rekken bijna alle materialen, RVS en aluminium niet uitgezonderd. De truc is dus om de gevolgen van die rek zoveel mogelijk in te perken. Dit kan op diverse manieren:

  • Spanning op de verstaging: zorg dat de mast behalve op de juiste trim, ook op de juiste spanning staat. Vuistregel is dat verstaging tot ongeveer 15% van de breeksterkte gespannen moet worden. Hiervoor zijn meetinstrumenten in de handel, ik heb hier echter geen goede ervaringen mee. Beter is de zogenaamde "2-meter methode", waarbij de rek van de verstaging over een afstand van 2 meter wordt gemeten om zodoende de spanning op het stag te meten. (Deze methode staat beschreven in het Seldén boekje "Hints and advice"). Deze methode klinkt vrij ingewikkeld, maar is in de praktijk met enige oefening zeer goed zelf uit te voeren.
  • Materiaal van het touwwerk: hoogwaardige materialen als Dyneema hebben een zeer geringe rek, waardoor zo min mogelijk energie verloren gaat. Niet alleen voor vallen is dit interessant, ook bakstagen, genua- en spinnakerschoten worden veel effectiever. Bijkomend voordeel is dat door de hoge breeksterkte de lijnen (plaatselijk) dunner uitgevoerd kunnen worden, dit levert weer een gewichtsbesparing op.

Na het inperken van de gevolgen van de rek, is het tijd om naar de trim te kijken: staat de mast wel recht? Meet dat nou niet met een (rekkende) val, zoals goedbedoeld wordt geadviseerd. Ook een rekvrije val rekt voor hij op werkspanning staat! De beste methode is om de topwanten, terwijl de mast ligt, naast elkaar langs de mast naar beneden te trekken. Als de tuiger zijn werk goed gedaan heeft, zijn deze op de millimeter nauwkeurig even lang.

Nadat de mast staat kunnen dus eenvoudig de spanners aan beide zijden gelijk worden ingedraaid. (Gebruik een schuifmaat en wees ècht exact!) Hierna kunt u door via de zeilgroef langs het profiel omhoog te kijken de mast 'in kolom' zetten, door de onderwanten en eventueel de tussenwanten af te stellen.

Voor de duidelijkheid: eerst de mast recht zetten, dan op spanning brengen!

De pre-bend (voorbuiging) van de mast wordt altijd bepaald door de voorlijkronding van het grootzeil. Vuistregel hierbij: hoe groter de pre-bend, hoe vlakker het grootzeil.

Véél pre-bend kan een paardenmiddel zijn om een uitgezeild grootzeil nog enigszins in vorm te krijgen. Pre-bend wordt gecreëerd met de onderwanten, achterstag, babystag en, in geval van een mast met naar achteren gerichte zalingen, voornamelijk met de topwanten. Ervaren wedstrijdzeilers passen de pre-bend aan op de wind- en watercondities, voor toerzeilers voldoet een gemiddelde.

De zeilen

Kevlar? Carbon? Ja, leuk als je op hoog niveau wedstrijden zeilt, anders is dit weggegooid geld. Een veel interessantere keuze is die tussen Dacron of polyester (of Pentex) laminaat zeilen.

In hoofdlijnen kan gezegd worden: laminaat zeilen zijn vormvaster, lichter en gaan iets minder lang mee dan Dacron zeilen. Dus de keuze is tussen een stukje snelheid en hoogte (minder rek = vlakkere zeilen = meer hoogte) of een iets duurzamer zeil.

In het eerste jaar zal een Dacron zeil zich nog redelijk kunnen meten met een laminaat zeil, dit komt door de finish tussen de garens die geleidelijk wegslijt. Na een seizoen wordt die finish minder hard en gaat het Dacron zeil meer rekken. Een laminaat zeil blijft in principe gedurende de gehele levensduur redelijk vormvast, het zal echter op den duur gaan delamineren.

Is het budget beperkt, kies dan voor laminaat voorzeilen en een Dacron grootzeil. Door de vele trimmogelijkheden is de vervorming in een grootzeil beter op te vangen dan in de genua's. Ook is het gewicht van de genua, vooral in licht weer, meer van belang dan bij het grootzeil.

De praktijk

Maar zit nou alles in de materialen? Nee, natuurlijk niet! Een goede zeiler kan alle boten aan de praat krijgen. Wat hiervoor van het grootste belang is, is basiskennis over zeiltrim. Hierover zijn tientallen boeken te krijgen, mijn advies is: lezen en proberen! North Sails heeft hele duidelijke boeken over zeiltrim (www.northsails.com), Seldén een duidelijk boek over masttrim (ik heb ze liggen) en zo zijn er nog vele andere boeken en artikelen geschreven.

Het is zeer belangrijk om de tuigage als één geheel te zien. Iedere verandering in trim van de genua beïnvloed het grootzeil.

Een voorbeeld: als de schootwagen van de genua naar achteren verplaatst wordt, wordt de twist in dit zeil groter. Het grootzeil zal nu ook verder open getwist moeten worden, dit kan door de overloop omhoog te trekken en de grootschoot iets te vieren. Probeer altijd de twist in beide zeilen gelijk te houden, 1+1 is in dit geval méér dan 2!

Nog een voorbeeld: trek het achterstag aan en beredeneer maar wat er gebeurt:

  • de voorstag wordt strakker getrokken
  • hierdoor wordt ook de genuaval strakker getrokken
  • de mast wordt achterover getrokken
  • de pre-bend in de mast wordt groter

Dit heeft het volgende effect:

  • de bolling van de genua wordt minder door het strakkere voorstag
  • de bolling in de genua verschuift naar voren door de strakkere genuaval
  • de twist in de genua wordt groter (de mast kantelt achterover)
  • de bolling in het grootzeil wordt minder door de grotere pre-bend
  • de twist in het grootzeil wordt groter (de mast kantelt achterover)
  • het zeilpunt verschuift naar achteren, de boot wordt loefgieriger
  • de voorspanning op de tuigage wordt groter, de boot reageert actiever

Blijf actief trimmen en sturen, maar heb geduld. U kunt met allerlei kleine trimbewegingen veel bereiken, maar elke trimbeweging heeft tijd nodig om effect te creëeren.

Door actief te zeilen leert u uw schip beter kennen. Hierdoor vaart u niet alleen sneller, maar ook veiliger, zelfverzekerder en met meer plezier. U bent immers weer aan het sporten! Experimenteer met reven en zeilcombinaties, probeer de zeilen eerst eens vlak te trimmen en open te twisten voor u een rif legt. Vaak vaart het schip zo zelfs beter, anders is het een goede oefening in zwaarweer trim.

Ruime wind

Aan de wind, dat is overzichtelijk: grootzeil en genua, klaar. Maar nu ruime wind: wat een keuzes! Spinnakers, gennakers, halfwinders, bolle jannen enzovoorts. Wat moet je ermee en, belangrijker nog, hoe bedien je zoiets?

Een klein overzicht:

Spinnaker

Dit zeil is volledig symmetrisch en wordt met behulp van een spinnakerboom gevaren. De spinnaker is vooral geschikt op zeer ruime koersen, hoewel er, afhankelijk van vorm en scheepstype, ook behoorlijk hoog mee gevaren kan worden.

Om te zeilen is dit zeil vrij bewerkelijk met een loefschoot, lijschoot, ophouder, neerhouder en een val. Voor de ervaren zeiler zal dit natuurlijk eerder een uitdaging dan een probleem zijn.

Gennaker

Een gennaker is een asymmetrisch gesneden spinnaker die vanaf de boeg of boegspriet gevaren wordt. Dit zeil is vanwege het ontbreken van de spinnakerboom veel eenvoudiger te bedienen en op halve en ruime windse koersen bijna net zo effectief. Alleen voor de wind valt de gennaker in de windschaduw van het grootzeil en wordt minder effectief. Afkruisen dus, iets dat vrij gemakkelijk kan omdat de gennaker net als een genua gegijpt kan worden.

Halfwinder, bolle jan

Eigenlijk is de gennaker een doorontwikkelde halfwinder. Officieel is de halfwinder wat conservatiever gesneden, tegenwoordig wordt ook dit zeil meestal een gennaker genoemd. Een bolle jan is voorzien van een staaldraad in het voorlijk, dit zeil wordt als een genua met voorlijkspanning gevaren. Veel voordelen boven een gennaker of spinnaker heeft dit zeil niet, het wordt ook bijna niet meer gemaakt.

De truc met deze zeilen is om ze handelbaar te krijgen. Niemand heeft zin om voor een rak van 10 mijl een half uur op het voordek te worstelen. Het eenvoudigst in bediening is de gennaker, een kwestie van de halsstop vastzetten, hijsen en de schoot aantrekken.

Voor de spinnaker moet eerst de boom worden gezet, door het gewicht vaak een lastig karwei. (ooit aan carbon gedacht?) Daarna de loefschoot aantrekken tot de boom vrij komt van het voorstag en hijsen maar. Als laatste de lijschoot, en vergeet niet de neerhouder van de boom te fixeren.

Een handige oplossing voor het hijsen van de gennaker of spinnaker is de slurf ("stripper", "skin" of gewoon "condoom"). Het hele pakket wordt opgehesen en de schoten worden aangeslagen, en als laatste wordt de slurf omhoog getrokken.

Wedstrijdzeilers doen het anders: die laten hun genua staan. Niet alleen vanwege de snelheid (wel héél belangrijk natuurlijk?) maar ook omdat ze de spinnaker zo in de luwte van de genua kunnen hijsen. Ook kan de spinnaker niet om het voorstag heen slaan, eigenlijk een hele makkelijke methode dus! Zeker met een rolgenua is het heel makkelijk om na het hijsen (en vóór het strijken) de genua in- of uit te rollen.

Een hoop gedoe voor een beetje snelheid? Jazeker. Maar zeilen is toch een sport?

www.tunedrigs.com
info@tunedrigs.com

tel +31 228 324 995
fax +31 228 324 998
gsm +31 61 43 44 111

Havenweg 9
1601 GA  Enkhuizen
The Netherlands

KvK Noordwest-Holland
nr. 37112903

levering volgens HISWA voorwaarden